Chicago, 1917.
Een lunchclub met grote gevolgen.
Aan het begin van Lions staat een verzekeringsman die de talenten van zijn tafelgenoten voor een groter doel wilde inzetten.
Een stad op volle toeren
Amerikaanse steden groeien aan het begin van de twintigste eeuw in hoog tempo. Fabrieken trekken werknemers aan, bedrijven worden groter en vervoer en communicatie veranderen het dagelijks leven. Die vooruitgang heeft twee gezichten: economische kansen aan de ene kant, overvolle woonwijken en slechte leefomstandigheden aan de andere.
Het is de tijd van de Progressive Era. Hervormers werken aan betere omstandigheden, via wetgeving, plaatselijke voorzieningen en maatschappelijke organisaties. Midden in dat veranderende Amerika krijgt ook het idee van een serviceclub vorm: mensen die hun kennis en contacten samen inzetten voor hun omgeving.
Van zakenlunch naar maatschappelijke inzet
Melvin Jones is verzekeringsman en lid van de Business Circle in Chicago, waar zakenmensen samen lunchen. Hij wil hun talenten voor de gemeenschap inzetten. Met hulp van zijn vrouw Rose Amanda Freeman schrijft hij andere clubs aan om hen voor zijn idee te winnen.
Op 7 juni 1917 komen vertegenwoordigers in Chicago bijeen: Lions is geboren. Later dat jaar wordt Jones op de eerste conventie in Dallas gekozen tot secretaris-penningmeester. Hij helpt het initiatief uit te bouwen tot een organisatie die verder reikt dan één stad.
Bijna een heel andere loopbaan
Jones overwoog met zijn tenorstem een muziekcarrière. Het werd de verzekeringswereld. In 1926 verruilde hij die voor Lions, om de organisatie uit te bouwen en clubs te bezoeken.
Een groot idee.
Een motto van twee woorden.
Eerlijk zakendoen, betrouwbaar zijn en iets bijdragen aan de gemeenschap: de idealen van Lions beginnen dicht bij het dagelijks leven.
Een serviceclub brengt mensen bijeen die gewend zijn iets te organiseren. Ze hebben beroepskennis, contacten en ervaring. Bij Lions krijgen die mogelijkheden een maatschappelijke bestemming. Het gezamenlijke doel is anderen helpen; de club vormt de plek waar leden elkaar ontmoeten en hun inzet organiseren.
Vriendschap zonder rekening achteraf
De Lions-erecode kent een opvallende regel: vriendschap heeft waarde op zichzelf. Een vriend is geen investering waarvan je later rendement verwacht. De band hoort niet af te hangen van de wederdienst die je ervoor terugkrijgt.
Diezelfde code vraagt om eerlijkheid in het werk, om succes zonder anderen te benadelen en om verantwoordelijkheid tegenover de gemeenschap. Zo verbindt Lions het handelen op kantoor of in een bedrijf met de omgang met vrienden en de inzet voor mensen die hulp nodig hebben.
Een motto met een lange aanloop
We Serve wordt pas in 1954 het officiële motto. Lions bestaat dan al 37 jaar. De dienstbaarheid is er vanaf het begin, maar de bekende twee woorden komen later. Kort genoeg voor een embleem, ruim genoeg voor een muziekmiddag, een hulpactie of een internationaal project.
Ook je beroep telt mee
De erecode gaat over de manier waarop iemand zijn mogelijkheden gebruikt. Betrouwbaar werken, een ander eerlijk behandelen en tijd vrijmaken voor de gemeenschap horen bij dezelfde opvatting van verantwoordelijkheid. De clubactie en het dagelijks leven staan daarmee dicht bij elkaar.
Helen Keller.
Een toespraak die bleef hangen.
Op 30 juni 1925 spreekt Helen Keller op de internationale Lions-conventie in Cedar Point, Ohio. Keller is doofblind en een voorvechter voor mensen met een beperking. Ze roept Lions op zich voor blinde mensen in te zetten. Haar toespraak geeft de jonge beweging een blijvende richting.
Ridders voor de blinden
Keller gebruikt een beeld dat blijft hangen: zij vraagt de Lions om ‘ridders van de blinden’ te worden. De organisatie neemt haar oproep aan. Het werk rond zien en het voorkomen van blindheid groeit uit tot een herkenbaar onderdeel van Lions.
Haar boodschap gaat ook over zelfstandigheid. Keller spreekt over werk, dagelijkse activiteiten en de mogelijkheden om volwaardig aan het leven deel te nemen. Ze vraagt steun voor de American Foundation for the Blind, die volgens haar uit de behoeften van blinde mensen zelf is ontstaan.
Zo brengt iemand met eigen ervaring een concreet doel naar de clubtafel. De oproep uit Cedar Point klinkt door in de aandacht voor oogzorg die Lions sindsdien heeft.
Drie jaar later:
de grens over.
Het idee uit Chicago reist snel. Eerst naar Canada, later naar Europa en uiteindelijk naar Groningen.
In 1920 krijgt Lions een club in Windsor, Canada. Drie jaar na de oprichting is de beweging dus al internationaal. Europa volgt in 1948, met clubs in Zweden, Zwitserland en Frankrijk. Tussen de start in Chicago en de eerste Europese clubs liggen 31 jaar.
Eén beweging, heel veel clubtafels
Lions groeit als een netwerk van plaatselijke clubs. Dat geeft de organisatie een bijzondere combinatie: leden horen bij een internationaal geheel en komen tegelijk bijeen met mensen uit hun eigen omgeving. De clubtafel blijft dichtbij, ook als de beweging steeds meer grenzen oversteekt.
In het naoorlogse Europa krijgen zulke contacten een plek naast de wederopbouw. Een vereniging met clubs in verschillende landen biedt mogelijkheden om elkaar te bezoeken en samen activiteiten te organiseren. Internationale verbondenheid krijgt zo ook een praktisch gezicht: mensen die elkaar ontmoeten en afspraken maken.
Jongeren en gezamenlijke slagkracht
In 1957 begint het Leo-programma voor jongeren. In 1968 wordt Lions Clubs International Foundation opgericht, meestal afgekort tot LCIF. Die stichting ondersteunt maatschappelijke projecten. Zo krijgt het netwerk nieuwe vormen: jonge mensen met hun eigen clubleven en een gezamenlijk fonds naast de inzet van afzonderlijke clubs.
Dezelfde naam, een eigen omgeving
Een club in Canada, Nederland of Duitsland ontmoet andere mensen en andere plaatselijke behoeften. Die ruimte voor een eigen invulling hoort bij het clubmodel. Het internationale verband brengt clubs samen; hun dagelijkse werk krijgt vorm in de buurt, stad en regio.
Amsterdam, 1951.
Lions landt in Nederland.
Een Amerikaans clubidee vindt zijn weg naar een land van wederopbouw, verenigingen en een groeiende verzorgingsstaat.
Op 29 september 1951 wordt Amsterdam 1 Host opgericht, de eerste Nederlandse Lionsclub. Op 24 november volgt de chartering: de officiële opname in het internationale verband. Die novemberdatum vormt ook het vertrekpunt voor het 75-jarig jubileum van Lions in Nederland in het clubjaar 2026–2027.
Een land vol eigen kringen
Nederland is in de jaren vijftig sterk verzuild. Geloof en politieke overtuiging bepalen voor veel mensen hun sociale omgeving. Er zijn eigen kranten, omroepen en verenigingen. Tegelijk werken partijen uit verschillende zuilen samen aan de wederopbouw en aan sociale zekerheid.
In deze periode krijgen onder meer de WW, de AOW en de AWW vorm. De samenleving organiseert steeds meer voorzieningen gezamenlijk. Een serviceclub komt daardoor terecht in een andere omgeving dan het Amerikaanse initiatief waarmee het verhaal begon. Vrijwillige inzet krijgt hier een plaats naast groeiende publieke voorzieningen.
De Nederlandse serviceclubtraditie combineert persoonlijke ontmoeting met plaatselijke activiteiten. Leden organiseren zelf een actie, dragen een project of maken tijd vrij voor een activiteit. Dat verenigingswerk krijgt hier zijn plaats naast de collectieve voorzieningen die in de naoorlogse jaren worden uitgebouwd.
Amsterdam geeft het idee door
De eerste Nederlandse club speelt later ook een rol in onze eigen geschiedenis. Amsterdam 1 Host is de sponsorclub van Groningen Host bij de start in 1960. Zo loopt er een rechtstreekse lijn van de Nederlandse pionier naar onze Groningse club.
Groningen, 1960.
Twee data, één begin.
Groningen Host heeft twee verjaardagen: de oprichting op 7 januari 1960 en de charternight op 9 april. De eerste markeert het begin van de club, de tweede de officiële opname in de Lions-organisatie.
Negen jaar na de eerste Nederlandse Lionsclub krijgt het internationale netwerk er een Groningse club bij. Amsterdam 1 Host treedt op als sponsor. Binnen Lions helpt zo’n bestaande club een nieuwe club op weg. Het idee reist verder doordat clubs het aan elkaar doorgeven.
De eerste naam: Jan de Blécourt
Jan de Blécourt is onze charterpresident en blijft president in het clubjaar 1960–1961. Daarna wordt het stokje jaarlijks doorgegeven. Hartger Hartgerink volgt hem op, vervolgens Charles de Goede, Flip Struben, Henk Siebers en Koert Müller. De eerste jaren laten al het ritme zien dat bij de club hoort: een bestuur draagt zijn werk over aan het volgende.
| Periode | President |
|---|---|
| Charter en 1960–1961 | Jan de Blécourt |
| 1961–1962 | Hartger Hartgerink |
| 1962–1963 | Charles de Goede |
| 1963–1964 | Flip Struben |
| 1964–1965 | Henk Siebers |
| 1965–1966 | Koert Müller |
Van het Academiegebouw naar het meer
Ook de ontmoetingsplek verandert in de loop van de tijd. De clubgeschiedenis voert van het Academiegebouw via Kaap Hoorn naar De Rietschans. Groningen Host verhuist mee, terwijl de regelmatige ontmoeting een vast onderdeel van het clubleven blijft.
Vandaag komen we samen aan het Paterswoldsemeer in Haren. In De Rietschans eten we op de eerste en derde donderdag van de maand met elkaar, luisteren we naar een spreker en bespreken we de activiteiten van de club. De vaste plek en het terugkerende moment geven de internationale clubgedachte een heel plaatselijk ritme.

Zo groeit een clubgeschiedenis ook tussen de officiële mijlpalen door. Nieuwe leden schuiven aan, besturen volgen elkaar op en projecten brengen leden samen. Sinds 1960 maken die ontmoetingen deel uit van het Groningse verhaal van Lions.
De wereld achter
de clubtafel.
De eerste Lions keken naar hun samenleving door de ogen van zakenmensen in het Amerika van 1917. Die achtergrond is nog in de clubvorm te herkennen.
Organiseren, samenwerken en contacten onderhouden waren vertrouwde bezigheden voor de kring waaruit Lions voortkwam. Ook het belang van betrouwbaar beroepsmatig handelen keert terug in de erecode. De maatschappelijke inzet bouwde zo voort op vaardigheden uit het dagelijks werk.
Tijd, plaats en positie kleuren de blik
Historici noemen die samenhang standplaatsgebondenheid: mensen bekijken de wereld vanuit hun eigen tijd, omgeving en maatschappelijke positie. Het Chicago van 1917, het Nederland van 1951 en het Groningen van 1960 vormden heel verschillende decors voor hetzelfde clubidee.
Dat verklaart ook het karakter van de vroege serviceclub. De organisatie kwam voort uit een mannelijke zakenwereld, met haar netwerken, beroepsethiek en vertrouwen in persoonlijk initiatief. Die kring leverde kennis en organisatorische kracht. De opvattingen over wie lid kon worden, droegen eveneens het stempel van de tijd.
Zeventig jaar tot het lidmaatschap voor vrouwen
Pas in 1987 besluit Lions Clubs International vrouwen als volwaardig lid toe te laten. De beweging bestaat dan zeventig jaar. Het is een grote verandering in de samenstelling van de organisatie, die in 1917 uit een kring van mannelijke zakenmensen ontstond.
Rose Amanda Freeman hielp in 1917 al met de brieven die andere clubs voor Lions moesten winnen. Een vrouw droeg dus bij aan de start, zeventig jaar vóór het volwaardige lidmaatschap.
Binnen het internationale verband bestaan tegenwoordig clubs met uiteenlopende samenstellingen. Groningen Host is een herenclub. Die eigen clubvorm staat naast de bredere ontwikkeling van Lions, waarin het lidmaatschap sinds 1987 ook voor vrouwen openstaat.
Een Groningse thuisbasis.
Een Duitse vriendschap.
Groningen en Haren vormen het dagelijkse decor van onze club. Hier ontmoeten leden elkaar, liggen veel van hun contacten en krijgen projecten een gezicht. Het idee uit Chicago heeft inmiddels zijn eigen Noord-Nederlandse adressen, activiteiten en gewoonten.
De grens wordt een ontmoetingsplek
Groningen Host onderhoudt een jumelage met Lions Club Emden. Dat is een vriendschapsband tussen de twee clubs. We bezoeken elkaar en werken samen aan fondsenwerving. Daarmee krijgt het internationale karakter van Lions een persoonlijke vorm: leden uit twee landen die elkaar ontmoeten en samen iets ondernemen.
Emden brengt een andere clubomgeving dichtbij. De internationale beweging bestaat daardoor ook uit zulke concrete contacten over de grens. Een gedeelde naam vormt het begin; de bezoeken en gezamenlijke activiteiten geven de band inhoud.
Een bus, een concert, een dagje uit
Onze plaatselijke inzet is even concreet. Voor Stichting Ludiek organiseerden we winteracties voor een bus. Bij ZINN in Muziek draait het om concerten en ontmoeting voor ouderen. En bij Samen Lachen Groningen richten we onze betrokkenheid op uitjes en plezier voor kinderen.
De activiteiten hebben elk hun eigen vorm. Samen maken ze zichtbaar hoe de serviceclub zich in Groningen heeft ontwikkeld: leden brengen tijd, ervaring en praktische inzet bijeen voor mensen en organisaties in de regio.
Het verhaal gaat verder.
Hier aan tafel.
Van een zakenlunch in Chicago naar een clubavond in Haren: ruim een eeuw later herkennen we nog steeds de combinatie van ontmoeting en maatschappelijke inzet.
Onderweg kreeg Lions nieuwe clubs, een officieel motto, een jongerenprogramma en een internationale stichting. Helen Keller gaf richting aan het werk voor blinde mensen. De toelating van vrouwen veranderde de samenstelling van de beweging. In Nederland kreeg het clubidee een plek binnen een samenleving met haar eigen verenigingen en voorzieningen.
Groningen Host voegt sinds 1960 zijn eigen hoofdstuk toe. Met opeenvolgende presidenten, veranderende ontmoetingsplekken, de vriendschap met Emden en projecten in Groningen en het noorden.
Omkijken naar elkaar
In het clubjaar 2026–2027 is ‘Omkijken naar elkaar’ ons thema. Het verbindt de aandacht binnen de club met de inzet daarbuiten. We maken tijd voor elkaar, delen ervaringen en werken samen aan onze activiteiten.
Een gesprek aan tafel, een idee voor een actie, mensen die de uitvoering op zich nemen: zo krijgt het uitgangspunt van Lions hier telkens een volgende vorm. De geschiedenis loopt door in het clubleven van vandaag.
Onze inzet vandaagVerder lezen
Voor dit verhaal gebruikten we de geschiedschrijving van Lions, historische achtergrondbronnen en onze eigen clubgeschiedenis. Hieronder vind je ze terug.
- Amerika rond 1917. Library of Congress: Progressive Era Reforms en Cities During the Progressive Era.
- Melvin Jones. Lions Clubs International: Melvin Jones Biography.
- De Lions-erecode. Lions Clubs International: Code of Ethics (pdf).
- Het motto We Serve. Lions Clubs International: Lions International Brand.
- Helen Keller. Lions Clubs International: Helen Keller en haar toespraak uit 1925.
- De internationale tijdlijn. Lions Clubs International: Our History.
- De komst naar Europa. Lions District 26-M4: Lions International.
- De eerste Nederlandse club. Amsterdam 1 Host en de Lions-informatiegids (pdf), via Lions Twente Zuid.
- 1951: de Nederlandse chartering. Lionsclubs Nederland: 75 jaar Lionsclubs Nederland.
- 1960: Groningen Host. Officiële clubgegevens.
- De Nederlandse wederopbouw. Tweede Kamer: 1945–1967.
- Serviceclubs en de verzorgingsstaat. H.P.M. Adriaansens en A.C. Zijderveld: Vrijwillig initiatief en de verzorgingsstaat, hoofdstuk 5 (1981), via DBNL.
- Onze club. De clubgeschiedenis, het jaarprogramma, onze projecten en de clubbeschrijving bij Lions Nederland.
- Vrouwen binnen Lions. Joan Cary: Women Are Changing Lions, LION Magazine (2019).
- De eerste presidenten. Cluboverzicht ‘Presidenten Lions Club Groningen Host’: charterperiode en clubjaren 1960–1961 tot en met 1965–1966.
Samengesteld op 2 oktober 2026.
Terug naar het begin
